Hoge Raad geeft wederom uitleg omtrent het begrip pleger van belastingfraude

In het arrest van de Hoge Raad van 24 maart 2026 beantwoord de Hoge Raad wederom de vraag wie als pleger kan worden aangemerkt in de zin van artikel 69 lid 1 AWR. Dit wetsartikel gaat – kort gezegd – over belastingfraude.

Artikel 69 lid 1 AWR

Artikel 69 lid 1 AWR stelt strafbaar ´Degene die opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte niet doet’. Als pleger hiervan moet worden aangemerkt degene die tot het doen van aangifte gehouden is.

Kwaliteitsdelict

Een aangifteverplichting bestaat slechts bij diegene die tot het  doen van aangifte is uitgenodigd of daartoe verplicht is.

In deze kwestie rustte de wettelijke aangifteplicht op een vennootschap. Want het aangiftebiljet was uitgereikt op naam van de vennootschap. De aangifteplicht rustte niet (ook) op degene die als vertegenwoordiger of gemachtigde namens de vennootschap (1) het aangiftebiljet feitelijk in ontvangst had genomen en/of (2) de aangifte feitelijk had gedaan.

De verdachte in kwestie kon niet als aangifteplichtige worden aangemerkt, nu de aangiftebiljetten niet op naam van de verdachte stonden maar op naam van de vennootschap. Het feit dat de verdachte de uitnodigingen tot het doen van de aangiften in goede orde heeft ontvangen, maakt dus niet dat hij aangifteplichtige was. Hierdoor kan verdachte niet als pleger in de zin van artikel 69 lid 1 AWR worden aangemerkt. De uitspraak van het hof werd dus terecht vernietigd.

Deel dit bericht